Wie is Annet Bertram, de staatssecretaris die de Nedersaksenlijn komt uitleggen?

by Fleur van Dalen
Staatssecretaris Annet Bertram aan tafel tijdens een interview in Buitenhof

Annet Bertram is sinds 23 februari 2026 staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat namens het CDA. Op maandag 19 oktober trok ze naar Meppel en Groningen om uit te leggen waarom er toch geld komt voor de Nedersaksenlijn en voor het spoorknelpunt bij Meppel, en op dinsdag stond ze er in de regionale kranten mee. Voor veel mensen in het noorden was het de eerste keer dat ze haar zagen. Dat is niet zo vreemd, want Bertram is geen politica die via de Kamer omhoog kwam. Ze werkte ruim veertig jaar achter de schermen van de overheid.

Waarom ze nu in het noorden rondreist

In de zomer liet het ministerie alle grote bouwprojecten voor weg en spoor opnieuw doorrekenen, omdat er te weinig geld is om alles uit te voeren. Op vrijdag 16 oktober werd duidelijk hoe die puzzel van minister Vincent Karremans en Bertram uitpakte. De Nedersaksenlijn, de geplande spoorlijn tussen Groningen en Enschede via Emmen, blijft overeind, net als de aanpak van de flessenhals bij Meppel. Volgens RTV Oost maakte extra geld van Prinsjesdag het verschil, jaarlijks 300 miljoen euro en samen 3,9 miljard euro tot en met 2040. Voor de Nedersaksenlijn blijft daarmee ruim 2 miljard euro gereserveerd.

Projecten zijn volgens Bertram beoordeeld op wat ze bijdragen aan mobiliteit, woningbouw en veiligheid, en beide noordelijke projecten scoorden hoog. Tegelijk houdt ze een slag om de arm. De Tweede Kamer bespreekt volgende week de begroting van haar ministerie en moet de keuzes nog goedkeuren, zei ze tegen RTV Drenthe.

In Groningen kwam ze met een duidelijke boodschap aan provincies en gemeenten. Die moeten nu snel keuzes maken over stations, overwegen en tunnels, en niet te lang vasthouden aan hun eigen wensen, want alles moet uit hetzelfde budget komen. “Hoe sneller het besluitvormingsproces achter de rug is, hoe sneller we kunnen beginnen”, zei ze tegen RTV Noord. Een eerste plan ligt er volgens haar volgend jaar.

Van huursubsidie tot asiel

Annet Wilhelmina Hendrika Bertram werd op 19 juli 1959 geboren in Noordwijk en is nu 67 jaar. Ze deed in 1978 eindexamen gymnasium aan het Visser ’t Hooft Lyceum in Leiden en studeerde daarna sociologie en rechten aan de Universiteit Leiden. Haar loopbaan, zoals die op haar pagina bij de Rijksoverheid staat, laat zich lezen als een rondgang langs de grote dossiers van Den Haag.

  • 1983 tot 1986, onderzoekscoördinator bij een onderzoeksbureau voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting van de Universiteit Leiden
  • 1986 tot 2007, ministerie van VROM, onder meer als hoofd Huursubsidie en vanaf 2002 als directeur-generaal Wonen
  • 2007 tot 2017, gemeentesecretaris van Den Haag, vanaf 2015 tegelijk secretaris-generaal van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag
  • 2017 tot 2023, directeur-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk en het Rijksvastgoedbedrijf
  • 2023 tot 2026, directeur-generaal Migratie en vanaf april 2025 ook secretaris-generaal van het ministerie van Asiel en Migratie
  • Sinds 23 februari 2026, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat in het kabinet-Jetten

Wat in dat rijtje opvalt, is dat ze vlak voor haar overstap naar de politiek de hoogste ambtenaar was op het ministerie dat nu onder asielminister Bart van den Brink valt. Volgens haar cv had ze voor haar benoeming geen partijfuncties.

Wat er in haar portefeuille zit

Bertram is binnen het ministerie de bewindspersoon voor het openbaar vervoer. Op de site van de Rijksoverheid staan als haar taken onder meer openbaar vervoer en spoor, internationaal openbaar vervoer, fietsbeleid, duurzaam vervoer en bodem. Ook milieuonderwerpen als geluidshinder, luchtkwaliteit, gevaarlijke stoffen en brandstoffen vallen onder haar, net als het KNMI en de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming. Klimaat hoort er uitdrukkelijk niet bij. Wegen en de grote lijnen van het ministerie liggen bij Karremans, over wie we eerder schreven in ons stuk over de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Die verdeling verklaart waarom juist zij in Meppel en Groningen stond. Het is een spoordossier, en ook het eerdere nieuws over haar ging vooral over de trein en de bus. Begin oktober vertelde ze in Goedemorgen Nederland dat ze werkt aan een goedkoper ov-ticket voor heel Nederland, niet alleen voor de trein maar voor bus, tram en metro. Ze wees daarbij op geld dat volgens haar niet goed benut wordt. “Kijk naar de lege bussen die door het land rijden”, zei ze volgens WNL, dat er ook bij meldde dat ze een toverstaf uitsloot met het oog op het tekort van tachtig miljard euro voor infrastructuur.

Hoe ze zich als bewindsvrouw opstelt

Wie haar optredens van deze week naast elkaar legt, ziet een bestuurder die vooral wil dat dingen gebeuren. In Meppel vroeg ze zich hardop af hoe die euro zo snel mogelijk gaat renderen. In Groningen vertelde ze OOG Groningen dat zij en Karremans met een nieuwe financiële strategie ook de Lelylijn dichterbij willen brengen, waarvoor een adviescommissie opnieuw de mogelijkheden onderzoekt. Dat is de toon van iemand die decennia projecten moest laten landen, niet van een politica die vooral wil scoren.

Of die aanpak werkt, blijkt volgende week in de Kamer. Daar moet een meerderheid instemmen met de verdeling van het geld. Pas dan weten ze in Meppel, Emmen en Stadskanaal zeker dat de toezeggingen van maandag overeind blijven.

Related Posts