Wat verdient een Tweede Kamerlid en hoeveel wachtgeld krijgt hij daarna?

by Fleur van Dalen
De plenaire zaal van de Tweede Kamer in Den Haag

Een Tweede Kamerlid verdient in 2026 een schadeloosstelling van 10.407,54 euro bruto per maand. Zo heet het salaris van een Kamerlid officieel, en dit bedrag geldt sinds deze zomer. Na het vertrek uit de Kamer volgt wachtgeld, en dat kan oplopen tot ruim 289.000 euro bruto. Die bedragen staan deze week opnieuw in de belangstelling. Welingelichte Kringen meldde op 20 oktober dat de Tweede Kamer dit jaar 8,7 miljoen euro extra uittrekt voor wachtgeld, omdat veel Kamerleden na de verkiezingen van oktober 2025 vertrokken. Hieronder wat een Kamerlid nu precies krijgt, en vooral hoe het wachtgeld per situatie uitpakt.

Wat een Kamerlid per maand en per jaar krijgt

De schadeloosstelling is voor elk gewoon Kamerlid gelijk, ongeacht partij of ervaring. Daarbovenop komen volgens Parlement.com 8 procent vakantiegeld en een eindejaarsuitkering van 8,3 procent, net als bij rijksambtenaren. Wie dat doorrekent met het bedrag van 2026, komt uit op ruim 145.000 euro bruto per jaar. Een aantal Kamerleden krijgt meer. De Kamervoorzitter ontvangt een toelage van 34 procent, en een fractievoorzitter krijgt 1 procent plus 0,3 procent per fractielid, tot een maximum van 11,5 procent.

Daarnaast zijn er vergoedingen die bedoeld zijn voor kosten van het werk. Voor woon-werkverkeer kiest een Kamerlid tussen een ov-jaarkaart eerste klas of een reiskostenvergoeding. Voor reizen buiten het woon-werkverkeer is er 4.900 euro per jaar, en de kostenvergoeding bedraagt volgens Welingelichte Kringen in 2026 3.532,82 euro per jaar. Wie bijverdient, wordt gekort. Zodra neveninkomsten boven 14 procent van de schadeloosstelling komen, gaat de helft van het meerdere eraf, tot een korting van hooguit 35 procent.

Ter vergelijking, een minister en de premier verdienen 211.552 euro bruto per jaar inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering, en een staatssecretaris 197.608 euro. Wat dat voor een bewindspersoon betekent, lees je in ons stuk over het salaris van minister Hans Vijlbrief.

Hoe het wachtgeld werkt

Elk vertrekkend Kamerlid heeft recht op wachtgeld, of het nu vrijwillig opstapt of niet wordt herkozen. Het eerste jaar is de uitkering 80 procent van de schadeloosstelling, daarna 70 procent. Met het bedrag van 2026 is dat ongeveer 8.326 euro bruto per maand in het eerste jaar en 7.285 euro daarna. De duur hangt af van hoe lang iemand in de Kamer zat, met een minimum van twee jaar en een maximum van drie jaar en twee maanden. Wie korter dan drie maanden Kamerlid was, krijgt zes maanden wachtgeld.

De koppen met 289.000 euro gaan over het maximum. Voor de meeste oud-Kamerleden ligt het lager, en dat is precies wat in de berichtgeving vaak ontbreekt. Op basis van de bedragen hierboven ziet het per situatie er zo uit, bruto en zonder vakantiegeld, voor iemand die geen ander inkomen heeft.

Tijd in de Kamer Duur wachtgeld Totaal wachtgeld (2026, bruto)
Korter dan drie maanden 6 maanden ongeveer 50.000 euro
Drie maanden tot twee jaar 2 jaar ongeveer 187.000 euro
Drie jaar 3 jaar ongeveer 275.000 euro
Drie jaar en twee maanden of langer 3 jaar en 2 maanden ruim 289.000 euro

Er is één uitzondering waarbij het langer duurt. Volgens Parlement.com loopt het wachtgeld door tot de pensioenleeftijd als een Kamerlid bij vertrek vijf jaar of minder van die leeftijd af zit en in de twaalf jaar daarvoor minstens tien jaar Kamerlid was.

Waarom het verschil met de WW zo groot is

Welingelichte Kringen zette het wachtgeld naast de gewone WW. Een werknemer krijgt in 2026 hooguit bijna 114.000 euro bruto, omdat UWV rekent met een maximumdagloon van 309,91 euro, zo’n 6.740 euro per maand. Het grootste verschil zit niet in het bedrag maar in de duur. Een werknemer bouwt één maand WW op per gewerkt jaar, met een minimum van drie maanden. Een Kamerlid dat twee jaar in de Kamer zat, krijgt twee jaar wachtgeld. Een werknemer met twee jaar werk krijgt drie maanden WW.

Gratis geld is het wachtgeld overigens niet. Oud-politici moeten solliciteren, en nieuwe inkomsten gaan van het wachtgeld af, schreef de minister van Binnenlandse Zaken in juni 2025 in antwoord op Kamervragen. Het wachtgeld stopt bij een nieuwe functie, bij een terugkeer in de Kamer of het Europees Parlement en op de AOW-leeftijd. De grote totalen gelden dus alleen voor wie de hele periode geen nieuw inkomen vindt. Voor ministers en staatssecretarissen geldt hetzelfde percentage, berekend over hun laatste salaris.

Related Posts