Inhoudsopgave
In bijna twee op de drie debatten in de Tweede Kamer sprak dit jaar minstens één Kamerlid een tekst uit die grotendeels door kunstmatige intelligentie was geschreven. Dat blijkt uit onderzoek van Investico en De Groene Amsterdammer, die alle bijdragen sinds 1 januari met een AI-scanner doorlichtten. Bovenaan de lijst staat een naam die sinds juni niet meer in de Kamer zit. Esmah Lahlah las in vier van de vijf debatten waaraan ze meedeed AI-teksten voor, meldde Omroep Brabant op 21 oktober. Wie is zij?
Wat het onderzoek liet zien
In totaal spraken 68 Kamerleden teksten uit die voor een groot deel uit een chatbot kwamen, goed voor bijna driehonderd bijdragen. Na Lahlah volgen PVV’er Rachel van Meetelen, Fatimahzra Belhirch van D66 en VVD-Kamerlid Wendy van Eijk. Per fractie verschilt het sterk. Bij BBB kwam dertig procent van de spreekbeurten met hulp van chatbots tot stand. Bij de Partij voor de Dieren, SP en Volt sloeg de scanner niet aan.
Lahlah legde in De Groene uit hoe dat bij haar ging. Ze baseerde haar spreekteksten vaak op gesprekken tijdens werkbezoeken. “Die verhalen laten zich soms moeilijk vatten in enkele minuten spreektijd, dus gebruikte ik AI,” zei ze. Ze gebruikte het dus om lange verhalen in korte spreektijd te passen, eerder dan om de inhoud te laten bedenken.
Jurist, psycholoog en wetenschapper
Asmah Lahlah, uitgesproken als Esmah, werd op 13 oktober 1979 geboren in Helmond en is nu 47 jaar. Volgens Wikipedia begon ze haar voornaam als kind als Esmah te schrijven, nadat ze op school als Astma werd aangesproken. Ze studeerde tot 2003 kinder- en jeugdpsychologie aan Tilburg University en promoveerde daar in 2013 in de rechtsgeleerdheid, met een proefschrift over geweld door jongens van Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse afkomst.
Voor ze de politiek in ging, werkte ze in wijk- en buurtwerk, als docent-onderzoeker bij Avans Hogeschool en als lector integrale aanpak kindermishandeling bij de Hanzehogeschool Groningen. Bij Tilburg University leidde ze een master in victimologie.
Van wethouder in Tilburg naar de Kamer
In juni 2018 werd ze wethouder in Tilburg, eerst als partij-onafhankelijke en vanaf 2021 namens GroenLinks. Ze ging over werk, inkomen en armoedebeleid. Landelijk viel ze op toen ze in 2021 een maand leefde van een budget op bijstandsniveau, en Binnenlands Bestuur verkoos haar dat jaar tot Beste Lokale Bestuurder. Bij haar afscheid in 2023 kreeg ze de Zilveren Erepenning van Tilburg.
Naast het wethouderschap was ze vanaf april 2021 lid van de Onderwijsraad. In juli 2023 benoemde de ministerraad haar per 1 oktober tot lid van de Raad voor het Openbaar Bestuur, maar die benoeming ging niet door, omdat ze zich kandidaat stelde voor de Tweede Kamer.
Bij de verkiezingen van november 2023 stond ze tweede op de lijst van GroenLinks-PvdA en haalde ze 217.789 voorkeurstemmen, met afstand het meest van alle kandidaten die geen lijsttrekker waren. In de Kamer was ze woordvoerder justitie en veiligheid, rechtsbescherming en armoedebeleid. Bij de verkiezingen van 2025 stond ze opnieuw tweede en kreeg ze 113.381 voorkeurstemmen.
Sollicitaties en de stap naar Amsterdam
Haar tijd als Kamerlid was niet zonder ophef. In 2025 bleek dat ze had gesolliciteerd naar het burgemeesterschap van Tilburg en eerder dat jaar ook naar dat van Delft, terwijl ze op de kandidatenlijst stond. Beide banen gingen naar iemand anders, in Tilburg naar Fleur Gräper en in Delft naar Alexander Pechtold.
Partijleider Jesse Klaver had in oktober 2025 nog gezegd dat ze de volledige vier jaar in de Kamer zou blijven. Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 was ze eerst informateur in Nijmegen. Begin juni droeg de Amsterdamse fractie van Progressief Nederland haar voor als wethouder, nadat fractieleider Zita Pels haar had gevraagd te solliciteren.
In juni 2026 verruilde ze de Kamer daarmee toch voor een bestuursfunctie. Op 10 juni werd ze in Amsterdam beëdigd als wethouder voor onderwijs, jeugdzorg en jongerenwerk, namens Progressief Nederland, zoals GroenLinks-PvdA nu heet. Het AI-onderzoek gaat dus over haar laatste maanden in de Kamer. Dat ze ondanks dat korte deel van het jaar bovenaan staat, zegt vooral iets over hoe vaak ze er in die maanden gebruik van maakte.
